In Antwerpen wordt hard gewerkt aan de Scheldetunnel, onderdeel van de Oosterweelverbinding. Een project dat technisch indrukwekkend is, maar waar de grootste uitdagingen zich niet altijd onder de grond of op het water afspelen.
In aflevering ‘Omgevingsmanagement op land en op water’ van Omgevingsmanagement, de podcast vertelt Jonas Rabaey, omgevingsmanager Oosterweelverbinding van Lantis, hoe de aanleg van de Scheldetunnel hem confronteerde met een vraagstuk waar veel omgevingsmanagers mee worstelen: hoe communiceer je over een planning die voortdurend in beweging is?
Want terwijl de omgeving behoefte heeft aan zekerheid, is die zekerheid binnen complexe projecten niet altijd beschikbaar.
Een project met meer stakeholders dan verwacht
De Scheldetunnel moet straks zorgen voor een nieuwe verbinding onder de Schelde tussen de linker- en rechteroever van Antwerpen. Voor de aanleg werden acht enorme tunnelelementen gebouwd in Zeebrugge, vervolgens over water vervoerd en afgezonken op de bodem van de Schelde.
Dat betekende automatisch ook een bijzonder stakeholderlandschap. “We hebben een werf gehad in Zeebrugge, een werf op linkeroever, een werf op rechteroever en vervolgens moesten we die tunnelelementen ook nog transporteren van Zeebrugge naar Antwerpen,” vertelt Jonas.
Daardoor kreeg het project niet alleen te maken met omwonenden rond de werf, maar ook met gebruikers van de Schelde, havens, riviercruises, schippers, waterbussen en bedrijven die afhankelijk zijn van de vaarroute.
De stakeholders die je niet kent
Volgens Jonas zijn de directe stakeholders meestal niet het probleem. “Uw buren kent ge goed,” zegt hij. De uitdaging zit juist bij de groepen die aanvankelijk niet zichtbaar zijn. Mensen die zich niet bezighouden met een project zolang het geen directe impact heeft. Totdat die impact ineens heel concreet wordt. “Pas op het moment dat je daar staat en met uw element moet passeren, schrikken ze wakker van: oei, wat gaat de impact voor mij zijn?” vertelt Jonas.
Dat maakt grote infrastructuurprojecten bijzonder. Stakeholders kunnen op elk moment opduiken. Niet omdat ze nieuw zijn, maar omdat het project pas dan hun dagelijkse praktijk raakt.
Een rivier kent geen omleidingsroute
Die uitdaging werd nog groter toen delen van de Schelde tijdelijk afgesloten moesten worden voor het afzinken van de tunnelelementen. Op land kun je meestal een omleiding organiseren. Op een rivier ligt dat anders. “Je doet de Schelde toe,” zegt Jonas. “En je sluit hem echt honderd procent af.” Voor sommige gebruikers waren alternatieven mogelijk. Voor anderen niet.
Lantis zocht samen met stakeholders naar oplossingen. Voor gebruikers van de waterbus werd bijvoorbeeld een alternatieve fietsverbinding uitgewerkt tussen twee haltes. Riviercruises kregen waar mogelijk alternatieve aanlegplaatsen toegewezen. Maar niet elk probleem bleek oplosbaar. “Er zijn wel degelijk bedrijven geweest die een aanzienlijke impact hebben ondervonden van die stremming,” vertelt Jonas.
De omgeving wil zekerheid
Wat tijdens het gesprek meerdere keren terugkomt, is de spanning tussen uitvoering en communicatie. Gebruikers van de Schelde wilden vooral weten wanneer ze konden varen. Bedrijven wilden weten wanneer transporten mogelijk waren. Schippers wilden weten waar ze aan toe waren. Een begrijpelijke wens.
Tegelijkertijd werkte de aannemer met een complexe operatie waarbij omstandigheden voortdurend konden veranderen. “Dat is waar het schoentje wringt,” zegt Jonas. “Het technische raakvlak en de wens tot informeren van al uw gebruikers komen daar heel dicht bij elkaar te liggen.”
Volgens hem ontstaat er vaak een verschil in perspectief. Een aannemer communiceert het liefst wanneer een planning volledig vaststaat. De omgeving wil juist zo vroeg mogelijk weten wat eraan komt.
Communiceren voordat alles zeker is
Dat leidde tot een belangrijke les. “De omgeving heeft liever dat je twee weken op voorhand zegt wanneer iets ongeveer zal gebeuren, dan dat je wacht tot alles honderd procent zeker is,” is de boodschap die tussen de regels door steeds terugkomt.
Voor de Scheldetunnel betekende dat onder meer een uitgebreide mailservice met stremmingsupdates, communicatie via vakmedia, havens, sociale media, infopanelen en andere kanalen. Uiteindelijk groeide de mailinglijst uit tot ongeveer vijfhonderd geïnteresseerden. Niet omdat iedereen hetzelfde wilde weten, maar omdat iedereen behoefte had aan voorspelbaarheid.
Meer dan hinderbeperking
Toch draaide het project niet alleen om het beperken van overlast. Lantis koos er bewust voor om van het transport van de tunnelelementen een publiek verhaal te maken. De elementen kregen de naam “Kanjers” en het transport werd actief onder de aandacht gebracht. “Die trotsheid wilden we er echt insteken,” vertelt Jonas.
Met succes. Honderden mensen kwamen kijken naar de afzinkoperaties en ook internationale delegaties bezochten het project. Volgens Jonas is dat belangrijk. Grote infrastructuurprojecten zijn niet alleen technische prestaties, maar ook maatschappelijke projecten die zichtbaar mogen zijn.
Dossierkennis als fundament
Aan het einde van het gesprek deelt Jonas nog een advies voor omgevingsmanagers. “Dossierkennis,” zegt hij zonder aarzelen. Volgens hem onderschatten professionals soms hoeveel kennis stakeholders zelf hebben opgebouwd. Bewoners, bedrijven en belangenorganisaties kennen dossiers vaak verrassend goed.
“Wij zijn naar de omgeving toe toch wel de verkopers van ons project,” zegt Jonas. “Net zoals een vertegenwoordiger zijn product door en door kent, moeten wij ook ons project door en door kennen.”
Benieuwd naar het hele verhaal van Jonas Rabaey in gesprek met Annik Dirkx? Luister aflevering 63 van Omgevingsmanagement de Podcast via je favoriete platform:
